Huisartsen Wachtdienst "Waasland West"

Klik in logo voor terugkeer naar index

Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


pensioen

Eric De Groote

eric_voor_waaslandwest.jpg

MEMOIRES van Eric …

DE STUDENT

Ik ben een kind van de naoorlogse babyboom.

Op mijn vijftiende dacht ik eraan missionaris te worden. In die tijd waren er in het college één tot twee roepingen per klas. Tot ik een roman las over een jonge dokter van eenvoudige komaf, die, ondanks veel tegenkanting van de gevestigde orde, met weergaloze inzet de gezondheid behartigde van een arme arbeidersbuurt in een gore Engelse industriestad. Dat vond ik fantastisch.

Ik zou dokter worden, van meetaf aan huisarts, dicht bij de mensen.

De keuze viel op Leuven, logisch, vanuit het college in Sint-Niklaas. Mijn ouders vonden het veiliger dat ik niet meteen op kot zou gaan, maar in het eerste jaar zou logeren in de “pedagogie Pius X” in Heverlee, ver van het uitgaansleven. Je kon er ‘s avonds TV kijken, pingpongen en een cola kopen.

Toch liever daar dan in het strenge “Pauscollege”, een oude peda in de stad.

Vooraan in het auditorium zaten de meisjes, een veertigtal op vierhonderd eerstejaars. Bovenaan was het vaak warm en rumoerig. De professor scheikunde mompelde onverstaanbare formules door de micro, en zette ze dan minuscuul op het bord. Dan probeerde ik op de tweede rij te zitten.

In die eerste jaren in Leuven was de sfeer geweldig. Eerst “Leuven Vlaams”, dan “mei 68”. De Bondgenotenlaan was tweemaal per week het toneel van waterkanonnen en gendarmen die ons op zware bottienen achterna zaten.

Na de kandidaturen en het eerste doc zagen we de afgestudeerde licentiaten vertrekken, op weg naar hun eerste job. Wij mochten al vanop afstand een patiënt zien tijdens de klinieklessen aan de Kapucijnenvoer. Beneden in de arena ging een deur open, een pedel duwde een brancard voor zich uit, met daarop de patiënt van de dag. Toen waren we nog met tweehonderd. Soms mochten we, op een wenk van de professor, ordentelijk in versgestreken witte jas naar beneden komen om de lever te palperen: vijf centimeter onder de ribbenboog.

Het zesde jaar was het stagejaar, opgedeeld in vier gelijke delen: inwendige, chirurgie, gyneco-verloskunde-pediatrie, andere naar keuze. Ik zou kiezen voor twaalf maanden Lovanium, het Universitair Ziekenhuis van Kinshasa.

De missionaris in mij was ondertussen geëvolueerd: adieu paternalisme en betutteling, ik zou de Afrikaanse medemens ontmoeten zonder pretentie.

CONGO 1.

De speeltijd is voorbij.

Juni 1970, we stijgen op in Zaventem, tien stagiairs Leuven Vlaams, evenveel franstaligen. Mijn eerste vliegtuigreis, en straks eerste landing op een andere planeet.

We worden gehuisvest in studentenkamers op de campus, “la colline inspirée”.

In het gebouw verblijven ook onze Zairese jaargenoten en een aantal Nigeriaanse stagiairs, gevlucht voor de burgeroorlog aldaar. In het UZ werken we zij aan zij. Ik merk al gauw dat mijn Afrikaanse collega’s in het algemeen een voorbeeld zijn voor ons: zij zijn bekwaam, vriendelijk en toegewijd. Chapeau, racisme is onrecht.

Na mijn diensturen volg ik de cursus Tropische Geneeskunde. Het aandeel tropische ziekten is hier groot, het zal later in de brousse nog aanzienlijk groter worden. In Kinshasa is malnutritie frequent. Tussen één en twee jaar is een gevaarlijke leeftijd: van moederborst naar maniok is een kwalijke overstap, eiwittekort, diarree, plus mazelen en malaria, een dodelijke cocktail.

“Miejeanne, schrijf ik je naam met een koppelteken?”, vraag ik aan het meisje uit Serskamp. Zij werkt als vroedvrouw in het verloskwartier van de “privées”.

In de nacht komt zij een kijkje nemen in de zaal waar de stagiairs de parturiënten gadeslaan om tijdig de bevallingskamer in te rijden. Na Nieuwjaar vertrekt zij naar België en dan zal ik brieven schrijven tot we elkaar weerzien in augustus.

CONGO2 (1972-1975)

Miejeanne heeft nu ook haar diploma Tropisch Instituut.

Tijdens onze trouwreis in de Provence krijgen we de melding: volgende week vertrekt een charter naar Kinshasa. We gaan werken voor CDI Bwamanda, Centre de Développement Intégral in de Evenaarsprovincie. Jan Van Mullem is arts en vooral manager van het project, gehuisvest op een missiepost van de paters Kapucijnen.

Gelijk met ons arriveert Theo met zijn echtgenote. Hij is een rasechte Antwerpenaar (draaischijf van Europa) en een fijne collega. De taken worden netjes verdeeld: Theo krijgt de chirurgie, de pediatrie, het tbc-dorp en de supervisie over de dispensaires. Ik word hoofd van inwendige ziekten, gyneco-verloskunde, de leproserie en de school voor aide-infirmiers.

We bestrijken een oppervlakte van Oost-Vlaanderen. De wegen zijn enkel nog met een jeep te bereiken (waar is de tijd van Jef Geeraerts?). De mogelijkheid om door te verwijzen is nihil. Ik moet eerst een spoedopleiding volgen brousse-chirurgie in Yasa-Bonga bij juffrouw Verwilghen (in 1949 de eerste vrouwelijke chirurg van België).

Enkel ingrepen onder de gordel zijn mogelijk, met rachi-anesthesie: ruggenmergvocht aanprikken, hypobare lidocaine inspuiten, Trendelenburg.

Moeilijke ingrepen doen Theo en ik samen. Maar daar is ook Jacob, onze gouden assistent (zie ook: Ik ben maar een neger. Het verhaal van Matsombo).

Als Theo op vakantie gaat ben ik er niet gerust in. ’s Nachts schiet ik wakker als de hond blaft van de zusters, halverwege het hospitaal: zal de sentinelle aan mijn raam komen met zijn petroleumlamp, wat ligt er ginds op mij te wachten?

Die verantwoordelijkheid wordt mij teveel. Ondertussen horen we vanuit België geruchten: er komt een overtal van huisartsen, een vestigingswet is in de maak. Na drie jaar Bwamanda keren wij terug, op de Fabiolaville, met twee kinderen, Wouter en Geert, op de missiepost geboren.

HUISARTS IN WAASMUNSTER (1976-2017)

We huren een huis in het Spoorwegstraatje. In de plaats van de garagepoort komt het raam van de wachtkamer. Miejeanne blijft thuis, bij de telefoon.

De Gsm zal er er pas komen in 1995, voorafgegaan door de bieper.

Het begin is niet gemakkelijk. Toon Maertens heeft al een exploderende praktijk in de Neerstraat. Er zijn twee collega’s die we al oud vinden: Norbert Sergeant en Arthur Vlaminck. Paul Bruggeman is een vijftiger. “Wat komt ge hier eigenlijk doen, vriend? Nu rijdt ge nog met een NSU’ke, maar het zal niet lang duren of ge koopt u ook een Mercedes!”. Vrij vertaald: met je linkse ideeën moet je niet denken dat je beter bent dan wij.

Ik schat dat ik de helft van de nieuwkomende patiënten niet meer terugzie. Het zal aan de verkeerde aanpak liggen: in Congo moest het rap vooruit gaan, er was geen tijd om de patiënt in de watten te leggen. Maar misschien ben ik wel Asperger of iets dergelijks.

Om het gebrek aan patiënten te compenseren doe ik twee voormiddagen “Medisch Schooltoezicht”, later omgebouwd naar CLB.

Theo schrijft over zijn nieuwe successen in de operatiekamer, ik kan er niets tegenover stellen. Maar ik leer bij, dankzij een opleiding in de Interaktie-Akademie, bij Annie Mattheeuws in Hove.

Als huisarts moet je soms keuzes maken die beslissend zijn over leven en dood. Ik ben er trots op dat ik mensenlevens heb gered, maar er zijn ook de stommiteiten die mij achtervolgen. Ik vraag me af hoe mijn collega’s daarmee omgaan.

Gedurende twintig jaar ongeveer heb ik, samen met Luc Vlaminck, Luc Bontinck, Toon Maertens en Marina Vanden Bossche, stagiairs gehad uit Leuven. We kregen zelfs de titel AOP (Akademische OpleidingsPraktijk). Toen we een dagje ouder werden, maakte Miejeanne er “Ouwepee” van: tijd om te stoppen, dus.

Een positief aspect aan ons diploma is, dat we ons nog kunnen profileren. Ik volgde in het UPC Kortenberg een opleiding Hypnose. Een aanrader, om mensen te helpen met slaapstoornis, faalangst, overgewicht, tabakverslaving etc. Maar wel tijdrovend, en hoe ga je dat verzilveren, zonder nomenclatuur?

Met de Farma heb ik een moeilijke relatie. De opkomst van de “Evidence Based Medicine” is een verademing. In 2003 hang ik een bordje aan mijn deur: “Vanaf heden ontvangt dokter De Groote geen afgevaardigden meer van de pharmaceutische industrie”.

Ondertussen is de praktijk al twee keer verhuisd: eerst naar onze nieuwe thuis in de Wareslagedreef, dan naar de Gentstraat 17, samen met Sandor. Het begin van een geslaagde samenwerking!

Uiteindelijk ben ik best tevreden over mijn keuze voor het huisartsenberoep. Miejeanne ben ik dankbaar voor de ruimte die ze mij heeft gegeven. Naar mijn aanvoelen heeft zij op haar ééntje onze vier kinderen grootgebracht. Nu rijden wij samen naar her en der om onze kleinkinderen op te passen. En in Waasmunster stap ik van de fiets als ik een patiënt van weleer tegenkom. Want ik wil toch nog graag weten: “hoe is ’t nu met u?”.


Toon Maertens


Toon Hendrickx


Willy Van Daele


pensioen.txt · Laatst gewijzigd: 2019/12/11 10:57 door lderop