Huisartsen Wachtdienst "Waasland West"

Klik in logo voor terugkeer naar index

Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


kringreglement

Reglement wachtdienst Huisartsenkring Waasland West ( versie 2016 )


1. Algemene principes.

1.1 De wachtdienst dient zowel aan de eisen van de wet als aan de verplichtingen van de deontologie te beantwoorden. Hij heeft als doel de spoedeisende zorgen aan de zieken te verzekeren en de continuïteit van de behandeling te waarborgen.

1.2 De wachtarts verzekert de dringende zorgen aan patiënten die op hem een beroep doen.

1.3 Alle deelnemers verbinden er zich toe, ernstig en gewetensvol, passende hulp te verlenen aan elke oproep binnen een aanvaardbaar tijdsbestek.

1.4 De niet – dienstdoende huisartsen zullen alle maatregelen nemen om patiënten adequaat naar de wachtarts te verwijzen wanneer ze zelf niet bereikbaar wensen te zijn. Een huisarts die de telefoon beantwoordt, wordt als bereikbaar beschouwd . Er wordt van hem verwacht dat hij verwijst naar de wachtarts of zelf de nodige zorgen toedient en de huisarts van de patiënt op de hoogte brengt.

1.5 Het past in de goede zin van de collegialiteit dit reglement van inwendige orde inzake de wachtdienst ook toe te passen op de verlofperiodes en eventueel ziekteperiodes van één der deelnemende huisartsen van de wachtdienst, zelfs wanneer deze zich laat bijstaan of vervangen door een andere geneesheer.

2. Wachtperiode.

2.1 De normale weekwacht begint om 19 uur en eindigt om 08.00 uur de volgende ochtend.

2.2 De weekendwacht wordt voorzien op de wachtpost in de Jos.Charlottelaan 21 D te Sint-Niklaas vanaf 19 uur vrijdag tot maandagochtend 08.00 uur en op de avond voor een feestdag om 18 uur tot de ochtend volgend op de feestdag 08.00 uur . Dit wordt volledig georganiseerd door de Wachtpost Waasland en heeft een eigen ‘Reglement Wachtdienst’.

2.3 De geneesheer die niet van wacht is plaatst op een duidelijk zichtbare plaats een kaart met vermelding van de naam van de dokter en telefoonnummer van de wachtdienst.

3. Deelnemers.

3.1 Elke geneesheer omnipracticus waarvan het medisch domicilie of plaats van hoofdbedrijvigheid zich in het gebied van de wachtdienst bevindt, is verplicht aan een wachtdienst deel te nemen. Vrijstelling kan verleend worden wegens bereiken van een bepaalde leeftijd, door ziekte of andere uitzonderlijke omstandigheden. Elke geneesheer moet ook instaan voor de medefinanciering van de wachtdienst. Elke geneesheer moet beschikken over de nodige praktijkinrichting om de wachtdienst goed te kunnen verzekeren.

3.2 Vrijstelling van actieve wachtdienst kan worden verleend door het bestuur na een gemotiveerde schriftelijke aanvraag. Het bestuur behoudt zich het recht voor deze aanvraag te weigeren.

3.3 Huisartsen van groepspraktijken of associaties worden individueel , ongeacht hun aantal, opgenomen in de wachtdienst en krijgen elk hun wachtbeurt. 3.4 Tijdens de wachtdienst kan elke arts alleen de klassieke geneeskunde beoefenen.

3.5 Nieuw gevestigde huisartsen worden tot de wacht toegelaten na inschrijving bij de voorzitter. Ze worden opgenomen bij de eerstvolgende beurtrol tenzij het bestuur hier anders over beslist. Hun inschrijving impliceert hun akkoord met dit reglement.

3.6 Alle artsen, ook zij die werden vrijgesteld van actieve deelname, dragen bij in de kosten van de wachtdienst organisatie, behalve bij volledige stopzetting van de praktijk.

4. Plaats van uitoefening van de wacht.

De wachtarts verricht zijn taak in en vanuit zijn medisch kabinet. Wanneer dit om organisatorische redenen onmogelijk is, zal de wachtarts alle schikkingen treffen om zijn bereikbaarheid aan de patiënten duidelijk te maken.

5. Wachtdienstverantwoordelijke.

Deze staat in voor de goede organisatie van de wachtdienst. Hij /zij stelt de beurtrol op en zorgt voor een rechtvaardige verdeling van de wachtbeurten. Hij/zij communiceert ook met de wachtdienstverantwoordelijken van de andere leden van de Huisartsenkoepel Waasland VZW en is aanwezig op de overlegvergaderingen van deze groep. Hij/zij geeft de informatie door aan het Riziv en andere betrokken instanties.

6. Gebiedsomschrijving.

6.1 Het gebied omvat de gemeenten Belsele ,Elversele, Waasmunster en Sinaai.

6.2 Oproepen buiten het gebied dienen verwezen te worden naar de eigen wachtdienst van het gebied. De wachtarts zal echter steeds de nodige soepelheid aan de dag leggen wanneer het gaat om oproepen vanuit de grensstraten.

6.3 Oproepen van eigen patiënten in een aanpalende zone mogen beantwoord worden als de goede werking van de wachtdienst hierdoor niet in het gedrang komt.

7. Deontologie.

De regels van de deontologie zoals bepaald in de “Code van de geneeskundige plichtenleer” zullen strikt nageleefd worden. In het bijzonder zullen volgende punten in acht worden genomen.

7.1 Bij elke tussenkomst wordt de naam van de huisarts gevraagd en genoteerd en moet de patiënt voor verdere verzorging naar zijn huisarts verwezen worden. De wachtarts zal niet terugkeren , ook niet als de patiënt daar op aandringt.

7.2 Indien een patiënt zegt geen huisarts te hebben , zal de wachtarts hem aanraden er, in volle vrijheid , één te kiezen met het oog op het voortzetten van de behandeling . De wachtarts zal niet spontaan terug keren bij deze patiënt. Hij wacht op een eventuele oproep van deze.

7.3 Tijdens de wachtdienst worden enkele de noodzakelijke documenten afgeleverd .Aanvraag klinische biologie en radiologie tijdens de wacht kan enkel en alleen als een snel resultaat van deze test een belangrijke bijdrage kan leveren aan diagnose en het verder beleid .De huisarts zal steeds een kopie krijgen van het onderzoek. Een later bekomen resultaat zal met de patiënt besproken worden door de behandelende arts en niet door de wachtarts. Attesten voor werkonbekwaamheid zullen, als de eigen huisarts de zieke niet meer moet zien, geschreven worden met een maximum van 3 dagen. Als de zieke wel door zijn huisarts moet gevolgd worden, wordt de collega op de hoogte gebracht en de werkonbekwaamheid tot een minimum beperkt.

7.4 Enkel wetenschappelijk erkende diagnose- en geneestechnieken mogen aangewend worden. Artsen die naast de algemene geneeskunde occasioneel alternatieve methodes gebruiken, zullen deze noch aanwenden, noch bespreken, noch zelfs maar vermelden tijdens de wacht .

7.5 Onder geen beding zal de wacht de relatie tussen patiënt en huisarts verstoren. Hij zal geen diagnose of behandeling met de patiënt bespreken of veranderen, tenzij in dwingende omstandigheden. Twijfels daaromtrent bespreekt deze rechtstreeks met zijn huisarts.

7.6 Verwijzing of opname tijdens de wacht zal enkel gebeuren indien noodzakelijk. De wachtarts zal op de verwijsbrief duidelijk zijn functie van wachtarts vermelden, evenals de naam en het adres van de huisarts. Hij zal tevens verzoeken eventuele resultaten aan deze laatste over te maken. Krijgt hij desondanks toch gegevens over de patiënt, dan dient hij die zo snel mogelijk aan de huisarts te bezorgen.

7.7 Tijdens de wachtdienst worden enkel noodzakelijke zorgen en medicatie toegediend. Bij palliatieve zorgen wordt de behandelende huisarts verzocht de wachtarts te informeren en een degelijk palliatief dossier te voorzien en bij voorkeur een DNR code te voorzien.

7.8 Tijdens de weekends en op feestdagen zullen de huisartsen zonder wachtdienst steeds patiënten naar de wachtdienst doorverwijzen, tenzij het gaat om eigen patiënten of in gevallen van hoogdringendheid.

7.9 Alle patiënten, van wie de toestand een mogelijk beroep op de wachtdienst kan meebrengen, moeten in het bezit zijn van alle gegevens en middelen, noodzakelijk voor hun goede verzorging. Het is trouwens aan te raden alle patiënten, zonder onderscheid, in het bezit te stellen van een medische identiteitskaart of een medisch thuisdossier, die van belang kunnen zijn bij dringende hulpverlening.

8. Verwittiging van de huisarts.

8.1 Voor elke tussenkomst zal de wachtarts de huisarts in kennis stellen van zijn bevindingen en behandeling door middel van een systematisch verslag. Belangrijke bevindingen en behandelingen en zeker verwijzing , opname of overlijden worden daarenboven telefonisch doorgegeven.

8.2 Het wachtverslag wordt opgemaakt in één exemplaar voor de huisarts van de patiënt. Dit verslag wordt aan de patiënt overhandigd of rechtstreeks aan de huisarts medegedeeld.

9. Omruilen van de wachtdienst.

Opstellen van de wachtkalender en omwisselen van wachten gebeurt via een ondersteunend computerprogramma. Bij persoonlijke wachtwisseling wordt de wachtverantwoordelijke door beide partijen op de hoogte gesteld. De wachtverantwoordelijke zal toezien op de goede functie van dit systeem en nieuwe leden in de wachtkring de nodige informatie te verschaffen om dit systeem te kunnen gebruiken. Elk deelnemende arts dient ten minste 1 wachtdienst te verzorgen tot de leeftijd van 65 jaar. Tussen de leeftijd van 60 en 65 jaar dient de huisarts de helft van het normale aantal wachten uit te voeren. Aanpassing van de leeftijdsgrenzen is mogelijk door het bestuur. Het overdragen van wachten aan collega’s buiten de kring is niet toegelaten zonder uitdrukkelijke aanvraag aan- en goedkeuring door het kringbestuur.

10. Erelonen. De wachtarts rekent de erelonen aan zoals die in de overeenkomst met het Riziv worden bepaald.

11. Controle, sanctie.

11.1 Een reglement dat aanvaard werd, moet ook worden toegepast. Dit vereist controle, registratie en mogelijkheid tot sanctionering.

11.2 Overtreding van het reglement , van de deontologie in het algemeen of conflicten hieruit ontsproten , zullen zo mogelijk door het bestuur in der minne geregeld worden. Indien noodzakelijk wordt verwezen naar de Orde van geneesheren of andere instanties. Alleen schriftelijke klachten, gericht aan het bestuur kunnen gehoord worden.

kringreglement.txt · Laatst gewijzigd: 2019/11/11 09:18 (Externe bewerking)